FAMOUS ARTIST Harry Koster

Drieluik dicht by Harrie Koster

Waar ik vandaan kom, heeft de weg vrijgemaakt


Biografie

Ja, ik wist al heel vroeg dat ik zou gaan schilderen. De reden was mijn oom, die kunstschilder was. Ik bracht daar vaak de nacht door. Ik groeide op met de stank van verf. Ik begon al heel jong met tekenen, eendjes en vliegen. Als kleine jongen overweeg je natuurlijk wel eens andere beroepen. Een tijdje wilde ik hersenchirurg worden. Hoe dat kwam, weet ik niet. Ik vond het fascinerend. Of ik wilde iets met vogels gaan doen. Maar uiteindelijk heb ik nooit echt getwijfeld: Ik wilde schilderen. Wat je omringt, besmet je.

Na de middelbare school ging ik naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. In Rotterdam – want daar ben ik opgegroeid. Op de academie heb ik gekozen voor schilderen en beeldhouwen. Op de academie leer je kijken. Van beeldhouwen heb ik veel geleerd. Als ik bijvoorbeeld een vogeltje schilder, dan doe ik dat niet slordig of losjes. Wat ik schilder zou je eigenlijk monumentale beeldhouwwerken kunnen noemen. Als ik een huis schilder, wordt het een soort bunker – er ontbreken veel details, het wordt een symbool. Daarin vallen schilderen en beeldhouwen samen. Ik ben niet in staat om een boerderijtje te schilderen met een bankje ervoor. Het lukt me gewoon niet. De monumentaliteit ontbreekt. Frivoliteit tolereer ik niet. Terug naar de kern, de basis. Daar gaat het om, de vorm van de dingen. Daar zie je de parallel met de beeldhouwkunst. Die is ook eindeloos.

Er zijn schilders die ik bewonder, Breitner bijvoorbeeld. Zo zou ik ook willen schilderen, maar ik kan het niet. Ik heb een naakt van hem gezien, dat dijbeen, met een paletmes, er zomaar op gekliederd. Dat is wat ik zou willen bereiken.

Na de academie heb ik me nooit meer met de kunstwereld beziggehouden. Die wereld interesseert me niet. De eerste jaren na mijn schooltijd werkte ik in het atelier van mijn oom. Daarnaast heb ik allerlei baantjes gehad, want je moet de rekeningen kunnen betalen. Na zes of zeven jaar kwam galeriehouder Pieter Breughel langs en die vroeg mij of hij mijn werk via zijn galerie mocht verkopen. Sindsdien kan ik van mijn werk leven. Dat is natuurlijk een luxe. Eens in de twee jaar hield ik een tentoonstelling. De galerie verkocht dan bijna alles. Je zou dus kunnen zeggen dat er een zeteltje onder mijn kont werd geschoven. Het stelt je in staat om je vak voort te zetten.

In 1969 kwam ik in Zierikzee terecht. Op deze stinkende wadden hier. Meteen verschenen deze prachtige landschappen voor je. In prachtige strepen. Dat was het moment waarop ik dacht: zo moet het. Natuurlijk ontwikkelt je handschrift zich voortdurend. Ik hou van perfectie. Je moet blijven kijken, dit veranderen, dat verschuiven. Je blijft maanden naar hetzelfde schilderij kijken.

Nee, ik heb me nooit bezig gehouden met tot welke stroming ik nu behoor. Ik zeg wel eens dat ik mezelf bij de magisch-realisten plaats. Die sereniteit, die monumentaliteit. Ik werk op een heel andere manier dan bijvoorbeeld Willink of die anderen. Maar toch ergens in die richting. Magie schuilt in sereniteit.

De impuls om elke dag opnieuw te beginnen is de wens om mezelf steeds te verbeteren. Ik kan me niet voorstellen dat ik tevreden ben met een schilderij. Het gaat om de strijd. Ik haat de strijd en ik vind de strijd opwindend. Kunt u zich voorstellen dat u altijd hetzelfde doet? Zou je jezelf niet elke dag willen verbeteren? Dat is waarom ik ook schilderijen kan verkopen. Elke keer denk ik dat de volgende nog beter zal zijn. Dat is mijn motivatie.

Ja, natuurlijk zijn er momenten van tevredenheid. Die zal ik me altijd herinneren. Ik heb een bepaald schilderij gemaakt…dat zou ik graag terug willen hebben…Van dat schilderij herinner ik me nog alles…elk detail…dat was 30 of 40 jaar geleden.

Ik vind het moeilijk om over mijn werk te praten. Er zijn geen vaste lijnen waarbinnen ik denk. Je hebt een heleboel woorden, je voegt ze samen, maar ze vatten niet wat je bedoelt. Hoe moet je het beschrijven?

Mijn vader was een groot bewonderaar van muziek, po√ęzie… het zit in de familie. Kunst was heel gewoon in de familie. Als ik als kind ziek was, werd mijn slaapkamer behangen met de resten van krantenrollen. Ik kreeg dan kleurpotloden en mocht de hele muur met mijn tekeningen bekleden. Als de hele ruimte gevuld was, werd er nieuw papier gehaald. Dat is wat ze noemen bevoorrecht zijn. Waar ik vandaan kom, heeft de weg vrijgemaakt.